Portland schapen

Al in de Middeleeuwen kwamen op het voormalige eiland Portland Bill rossig gekleurde heideschapen voor. In 1847 besloot de Britse regering het eiland met de wal te verbinden en er een strafkolonie op te bouwen voor werkverschaffing in de steengroeven. Hiervoor werd veel van de toch al schrale landbouwgrond opgekocht. In 1920 vertrokken de laatste Portland schapen van het eiland naar de markt in Dorchester. In 1974 heeft de Rare Breeds Survival Trust de restanten van dit ras opgespoord en een fokprogramma opgezet om het te redden. Het ras is nog altijd zeldzaam.  In Nederland zijn wij op dit moment de enige stamboekfokkers van dit ras.

 

De Portland is een klein, primitief en sober ras en gemakkelijk te houden. De ooien zijn goede moeders en geven veel melk. Het vlees geldt als een delicatesse. In het verleden wilde het Engels koningshuis alleen het vlees van het Portland schaap als lamsvlees serveren.

 

De Portland krijgt gemiddeld één lam per worp. Dit tezamen met het feit dat het een niet snel groeiend ras is, maakt dat het economisch gezien, een oninteressant schaap is. En dat is jammer want het is een prachtig schaap met een uniek karakter met bijzonder sterke moedereigenschappen.

 

De lammetjes zijn bij de geboorte overwegend rood/voskleurig. De vacht kan dan al wel gevlekt zijn. In het eerste levensjaar wordt de vacht wit. De kop en de poten behouden hun roodachtige vossenkleur. Hoewel de wol wit is, blijven er crème-accenten in de wol. 

Zowel de rammen als de ooien hebben horens. Bij de ooien vormen de horens een halve cirkel, bij de rammen zijn de horens sterk gedraaid en indrukwekkend.

 

Een volwassen ram weegt ongeveer 60 kg terwijl een ooi rond de 40 kg. weegt.